Naar inhoud springen

Spitsmuizen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Spitsmuizen
Huisspitsmuis (Crocidura russula)
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Eulipotyphla (Insecteneters)
Familie
Soricidae
Fischer, 1814
Waterspitsmuis (Neomys fodiens)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Spitsmuizen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De spitsmuizen (Soricidae) vormen een grote familie van zoogdieren uit de orde der insecteneters (Eulipotyphla). Niettegenstaande de naam behoren de spitsmuizen dus niet tot de orde van de knaagdieren zoals de muizen. De familie omvat 500 verschillende soorten in 29 geslachten[1][2] en is daarmee een van de grootste zoogdierfamilies. Spitsmuizen hebben een extreem hoge hartslag, van 600 tot 1200 slagen per minuut bij verhoogde intensiteit. Ze leven relatief kort, maximaal 2,5 jaar.

Spitsmuizen zijn kleine, muisachtige dieren met een spitse snuit en korte poten. De ogen zijn klein, maar daarentegen zijn het gehoor en reukvermogen goed ontwikkeld. Ze hebben korte haartjes, meestal bruinachtig of grijs van kleur.

Spitsmuizen bezitten een cloaca, een primitieve uitgang van zowel het voortplantings- als het spijsverteringsstelsel. Bij de meeste zoogdieren zijn deze uitgangen gescheiden. De speekselklieren scheiden een giftige substantie uit. De spitsmuizen behoren tot de kleinste zoogdieren. Het op een na kleinste zoogdier is de wimperspitsmuis. Alleen de Thaise varkensneusvleermuis is kleiner. Een andere, niet nauw aan de wimperspitsmuis verwante Europese spitsmuis, de kleine dwergspitsmuis, wordt iets groter.

Het grootste deel van de soorten leeft alleen en is zowel 's nachts als overdag actief. Spitsmuizen zijn in hoofdzaak carnivoor, maar eten daarnaast soms plantaardig voedsel. Veel spitsmuizen zijn insectivoor.

Classificatie

[bewerken | brontekst bewerken]

Spitsmuizen worden tegenwoordig onderverdeeld in vijf onderfamilies waarvan er twee zijn uitgestorven:[2]

De onderfamilie Myosoricinae werd tot voor kort tot de Crocidurinae gerekend, maar zijn in feite nauwer verwant aan de Soricinae. Daarom worden ze nu tot een aparte onderfamilie gerekend. Ze komen alleen voor in Afrika ten zuiden van de Sahara. De onderfamilie omvat 17 soorten:

  • Congosorex (Congospitsmuizen). 3 soorten. Stroomgebied van de Congo en Tanzania.
  • Myosorex (Muisspitsmuizen). 19 soorten. Afrika ten zuiden van de Sahara.
  • Nagasorex, 1 soort. Nagaland (India).[3]
  • Surdisorex 3 soorten. Bergen van Kenia. Kameroen tot Zuid-Afrika.

Roodtandspitsmuizen (Soricinae)

[bewerken | brontekst bewerken]

De onderfamilie roodtandspitsmuizen omvat soorten met tanden en kiezen met oranje punten. De onderfamilie komt voor in Eurazië, Noord-Amerika, Midden-Amerika, Colombia, Venezuela, Ecuador en Peru. Europese geslachten zijn Sorex en Neomys. Er zijn zo'n 143 soorten verdeeld over een aantal geslachten:

Wittandspitsmuizen (Crocidurinae)

[bewerken | brontekst bewerken]

De onderfamilie wittandspitsmuizen hebben een gebit zonder oranje punten en komen voor in Eurazië, zuidelijk en oostelijk tot de Filipijnen, Celebes en Flores en in Afrika. In Europa komen de geslachten (Suncus en Crocidura voor. Er zijn 208 soorten verdeeld over een aantal geslachten:

Uitgestorven onderfamilies en geslachten

[bewerken | brontekst bewerken]

Enkele Europese soorten

[bewerken | brontekst bewerken]

Enkele van de ruim 60 voorkomende soorten in Europa zijn: